De oudere hond

Mogelijke kenmerken van het ouder worden zijn:

Rustig: één van de eerste kenmerken van het ouder worden kan zijn dat de hond minder speelt en rent, meer slaapt en wat langzamer wordt. Bij grote rassen kan dit vanaf een leeftijd van 7-8 jaar zijn, en bij kleine honden vanaf 8-9 jaar.

Stram: sommige honden worden wat stijver bij opstaan en lopen. Dit kan komen doordat ze last hebben van arthrose (gewrichtslijtage) van één of meerdere gewrichten, de rug of nek. Door minder bewegen wordt de bespiering ook minder waardoor ze vaker wegglijden.
Pijnstillers/ ontstekingsremmers kunnen het bewegen voor de hond een stuk aangenamer maken. Ook hebben we voer(supplementen) met glucosamines om de gewrichten soepeler te maken.

Overgewicht: de oudere hond beweegt vaak wat minder en heeft een tragere stofwisseling waardoor hij dikker kan worden. Het is verstandig dan wat minder seniorenvoer te geven of een light versie van het seniorenvoer en meerdere kleine wandelingetjes op een dag te maken.

Vacht, huid en nagels: de oudere hond begint vaak wat grijs te worden rond te snuit, ook de vacht kan veranderen. De nagels worden vaak langer door minder beweging. Om te voorkomen dat de nagels pijn gaan doen of ingroeien kunt u ze (laten) knippen.

Horen, zien, ruiken: sommige honden hebben moeite met hun oriëntatie, dit kan komen doordat hun gezichtsvermogen, gehoor en reuk achteruit gaat. Vooral in een nieuwe omgeving kan de hond er last van hebben. Het is belangrijk om buiten extra op de hond te letten en eventueel de hond te begeleiden door hem aan de riem te doen. Ook kunnen oudere honden last krijgen van dementie.

Gezondheid: door de jaren heen leert u het gedrag van uw hond goed kennen. Soms kan het u dan opvallen dat er iets verandert aan het gedrag van de hond, bijvoorbeeld dat hij meer drinkt en meer plast, sneller moe wordt of hoest.  Indien u zo’n verandering opmerkt is het verstandig een afspraak bij de dierenarts te maken.